Zondag 22 mei liep ik mijn eerste halve marathon, de halve marathon van Leiden. Leiden en de omliggende dorpen hadden er een groot feest van gemaakt. Fantastisch om te zien hoeveel energie dat in mensen losmaakt, zowel bij de sporters zelf als bij de supporters. Mijn AI-docent Wick van der Vaart (zelf triatleet) vroeg zich daarbij af of we misschien, wanneer we sporten, een deel van onszelf "aanzetten" dat in ons leven in organisaties vaak niet de ruimte krijgt: bewegen, spelen, met je hele lichaam bezig zijn.

 

Toen dacht ik aan de 10 wetten van Joop Alberda.

In de Volkskrant van 14 december 2013 beschreef Joop Alberda in 10 wetten hoe hij naar topsport kijkt en met name naar het coachen van topsporters. Dat verhaal greep mij direct aan. Laten we de 10 wetten nog eens bekijken:

 

1. Hou van je sport, met heel je hart

Waarom hou jij van deze sport? Of waarom hou je van je werk? Of waarom doe je je werk? Waar zit je motivatie?

Een leuke vraag die Joop Alberda stelde is: zou je deze sport ook doen als je niet betaald kreeg en er geen faciliteiten waren?

 

2. Weet waar je goed in bent

Ook in een team heeft ieder zijn rol. Gewoon omdat die het beste bij jou past. Wees je daar bewust van.

 

3. Bekommer je om de juiste doelstelling

Wat wil je halen, en reik dan nog een stap verder. Alberda gaf als voorbeeld dat als je als doel hebt om de finale te halen, je dan de finale verliest. In de finale heb het doel nl. al bereikt. Ga dus een stap verder. Na de Olympische Spelen ga je bij de koning op bezoek. En wat vertel je dan?

 

4. Stel je als coach dienstbaar op

Alberda gebruikt hier drie onderdelen:

• atleet (medewerker) centraal

• coach-gestuurd

• prestatiegericht

5. Innoveer overal, het kan altijd beter

Continu op zoek naar verbetering zorgt voor excellentie. Testen hoe het anders kan, nog beter, altijd op zoek naar goede ideeën hiervoor.

 

6. Communiceer over de vorderingen

Wees transparant in wat je doet, welke resultaten er zijn, welke stappen je hebt genomen en nog gaat nemen. Zo ben je niet in je eentje bezig, maar neem je je omgeving mee.

 

7. Durf te dromen van het onvoorstelbare

Wees niet te bescheiden wat haalbaar is. Maar kijk nou eens wat je als allerliefste zou willen, zonder eerst te kijken of dat wel realistisch is.

 

8. Werk volgens controleerbare lijnen

Maak ook de tussenresultaten meetbaar, dat geeft de gelegenheid om bij te sturen. En zorg je ook dat beslissingen uitlegbaar zijn. En kun je toetsen of besluiten hebben gewerkt.

 

9. Luister goed naar (ex-)topsporters

Ga op zoek naar mensen met ervaring. Zij barsten van de ideeën, tips en verhalen. Die input heb je nodig om een visie te kunnen uitstralen. Opgebouwd uit alle ervaringen die de toppers hebben opgedaan.

 

10. Tel nooit je uren.

Als je iets écht leuk vindt en écht gelooft in het resultaat, is tijd niet meer belangrijk. Wat is er mooier dan met je passie bezig zijn? Of, zoals ik van mijn dirigent van ons orkest hoorde: “mijn hele leven heb ik nog nooit het gevoel gehad dat ik aan het werk was. Muziek ís mijn leven”.

 

Lees hier het hele artikel in de Volkskrant: http://s.vk.nl/sa0e5-a3562057/

Herken jij de situaties waarbij je met je hele hebben en houwen aan de slag was? In de sport, in de muziek of in je werk? Wat heeft er toen voor gezorgd dat je helemaal ‘aan’ stond?