Ooit, toen ik net begon met werken, had ik het beeld dat werk en privé twee aparte werelden waren. Dat je een workaholic bent als je de dingen die je op je werkt doet ook thuis toepast en dat het ten koste van de baas zijn tijd gaat als je met privé-zaken naar je werk komt. Ik geloof dat ik toen de overtuiging nog had dat werk werk is en daarom niet leuk mag zijn.

Als je dat mengt met je privé-leven gaat dat ten koste van de leuke dingen. En dat je dus ook geen leuke dingen mag meenemen naar je werk. Het aardige is dat hoe leuker ik mijn werk ben gaan vinden, hoe meer ik het ben gaan mengen. Want mijn oude overtuiging blijkt gewoon niet op te gaan: als je ook in je werk je hart achterna gaat, is je werk gewoon verschrikkelijk leuk!

Nu had ik dit weekend een heerlijk weekend vol muziek. Met een pianokwintet repeteerden we het tweede deel van het pianokwintet van Brahms. Prima georganiseerd door Gunst Wat een Kunst in Den Haag met mooie repetitielocaties en fantastische docenten. Wij kregen onder andere les van Marja Bon. Zij leerde ons om van de nootjes muziek te maken. Maar Marja ging nog een stapje verder. Zij leerde ons hoe wij naar onszelf als geheel kwintet konden luisteren en luisteren naar de ander in relatie tot wat je zelf speelt. Wat zou een ander kunnen bijdragen in relatie tot wat jij speelt, zodat het geheel beter wordt? Of hoe kun jij een ander helpen, zodat zijn partij beter in het totaal past? Dan leer je opmerkingen naar elkaar te maken, waarbij het altijd voor iedereen duidelijk is dat je nooit iemands positie ter discussie stelt, maar dat de opmerking of de vraag altijd in het teken staat van het geheel en het totale eindresultaat.

Toen wij naderhand bespraken wat ons overkomen was en wat een geweldige ervaring het was om op deze manier met elkaar muziek te maken, ben ik nog eens goed gaan kijken wat ons nu eigenlijk was overkomen. En ja, daar komt Lencioni om de hoek, waar ik ook zoveel naar refereer als ik met een team aan het werk ben: we hebben gewoon de piramide van Lencioni gevolgd: zorgen voor vertrouwen, soms flink discussiëren wat Brahms met zijn muziek bedoeld heeft en ook duidelijk zeggen als het nog niet gaat zoals je eigenlijk zou willen. Soms tot vervelends toe (jongens, we zouden daar versnellen en het komt niet van de grond, kom op, nog een keer). Ieder van ons vindt het fantastische muziek en fantastisch om zo muziek te maken, dus de betrokkenheid is groot. De verantwoordelijkheid in muziek maken is voor een deel heel duidelijk. Een verkeerde noot van ieder van ons, kan het eindresultaat bederven. Maar ook de verantwoordelijkheid van elk lid om te zeggen dat het nog niet naar wens is als je het gevoel hebt dat het nog beter kan. Of je nu eerste viool, pianist of cellist (zoals ik) bent. Of tweede viool of altist, om het kwintet compleet te maken.

En het gevolg was een prachtig concertje op de zondagmiddag, waarin we aan het publiek ons eindresultaat konden laten horen. Wat is het toch fantastisch om zo met je hobby bezig te zijn en ook nog eens met een werkbril op ervan te kunnen nagenieten.